maandag 2 november 2015
musical
bron: flevomuziekschool almere
Mijn kamer biedt mij alles wat ik nodig heb: stilte, een lichte schemering en voldoende afstand tot de wereld beneden mij. Mijn huis ligt op de hoek van de straat en daardoor valt het namiddaglicht van drie kanten op mijn werktafel. Ik laat me meevoeren door dat getemperde herfstlicht en de rust die mij helpen mijn gedachten te ordenen en de volgende stap te zetten in mijn zoektocht naar een ander perspectief: misschien dat van een schrijver, wellicht dat van een recensent of juist dat van de politiek correcte moraalridder.
De reis naar New York die achter mij ligt, naar de andere kant van de wereld, zet mijn zelfbeeld op scherp: ik, die zichzelf beschouwt als een ruimdenkende wereldburger, maak kennis met een diametraal andere mentaliteit en levenshouding. Een bezoek aan het Eugene O’ Neill Theatre, waar ik een musical zie, illustreert hoe groot de kloof is. De voorstelling The Book of Mormon is gemaakt door de makers van South Park, wat garant staat voor prikkelende controverse en uitzinnige hilarische situaties. De kaartjes kosten een klein fortuin, en dat heb ik graag over voor deze unieke gelegenheid.
Het is een geweldige voorstelling. De opening is ijzersterk: je maakt kennis met tien zogenaamde ‘elders’, allemaal afro-amerikaanse acteurs die geweldig kunnen spelen, zingen en dansen. Deze elders worden op zendingsmissie gestuurd naar het oude Europa. Ze treffen daar een dorp vol inboorlingen aan, die niets willen weten van wat de Mormonen en het boek hen te bieden hebben. In plaats daarvan gaan de mannen liever op jacht met elkaar en zuipen ze zich ’s avonds bij een groot vuur helemaal klem. Af en toe roosteren ze een paar Romeinse soldaten of een muzikant die hen niet aan staat. Soms mag die ook gewoon een poosje in de boom hangen. Vrouwen zien ze helemaal niet staan, die worden af en toe gepakt als ze even niet uitkijken. Kinderen doen er ook niet toe.
De anti held in de voorstelling, elder Cunningham overtuigt via de ongelukkige vrouwen van het dorp de Galliërs (want die zijn het) er ondermeer van dat everzwijnen niet eetbaar zijn, de Romeinen geen vijanden maar toekomstige vrienden zijn en dat het belangrijk is om veel verschillende vrouwen te hebben. Als hoogtepunt in de musical laten de Galliërs in een zelfgemaakt toneelstuk zien wat ze geleerd hebben van het boek van Mormon en elder Cunningham: dat ze vrouwen aan de haren door het dorp moeten slepen, dat de muzikanten die ze in de hoogste boom ophangen een fust bier moeten meegeven, en dat ze nu weten dat ze hun reet af moeten vegen met de varkenslapjes. De anti held wordt vervolgens ontslagen door de baas van de kerk, gelukkig kan hij in het dorp blijven en zijn missiewerk voortzetten onder een andere noemer. Dit alles in een theater met een overwegend afro-amerikaans, hoogopgeleid en welgesteld publiek dat gierend van het lachen de programmaboekjes in de lucht gooit .
Wat had ik deze voorstelling graag gezien!
Wat ik echt zag, was dit:
Het is een geweldige voorstelling. De opening is ijzersterk: je maakt kennis met tien zogenaamde ‘elders’, allemaal anglo amerikaanse acteurs die geweldig kunnen spelen, zingen en dansen. Deze elders worden op zendingsmissie gestuurd naar Oeganda in Afrika. Ze treffen daar een dorp vol inboorlingen aan, die niets willen weten van wat de Mormonen en het boek hen te bieden hebben. In plaats daarvan maken de mannen zich druk over hoe ze kunnen genezen van aids,door het verkrachten van baby’s, het belang van het besnijden van vrouwen en het gunstig stemmen van machthebbers en clanhoofden.
Er is dans, muziek en zang en er zijn koddige gebeurtenissen. De regie en daardoor zaken als timing, licht en geluid, zijn voorbeeldig, de acteurs kwijten zich professioneel van hun ingewikkelde taak om zang, dans en spel overtuigend neer te zetten. Het publiek lacht op de juiste momenten, ik ook. Er is een gemengde cast, zoals het hoort; evenredig veel afro-amerikaanse, indo-amerikaanse en anglo-amerikaanse acteurs. De afro-amerikaanse en indo-amerikaanse acteurs spelen de inboorlingen van Oeganda met verve en de anglo-amerikaanse acteurs spelen op aanstekelijke wijze de naïeve wereldvreemde ouderlingen van de Mormoonse kerk die de heidenen komen bekeren. De ouderling die genezen is van zijn homoseksualiteit maakt schertsende toespelingen op verborgen en verboden homoseksuele gevoelens bij de hoofdpersoon en ook dat mag rekenen op een gulle lach van het publiek. Tot zover is er niets mis; ik zie een geoliede machine aan het werk, met een gelikte voorstelling zoals je die op Broadway mag verwachten.
De hoofdpersoon krijgt al snel meer reliëf, is hij aanvankelijk de underdog, de anti held, al snel is hij de held die zich volgens het boekje ontworstelt aan zijn arrogante antagonist. Hij snijdt de verhalen uit het boek van Mormon toe op de context waarin de bekeerlingen leven en dit levert hilarische momenten op. Hij overtuigt ze op die manier van het nut van het boek en van zijn geloof. En dan, op het moment dat de zwarte acteurs (een aanduiding die je in Amerika beslist niet mag gebruiken) hun top-act opvoeren, het hoogtepunt van de musical, het toneelstuk over wat zij, inboorlingen uit Oeganda geleerd hebben van het boek van Mormon en vertellen dat ze nu weten dat zij, om te genezen van aids geen baby’s moeten neuken maar kikkers, dat zij vrouwen niet moeten besnijden omdat zij zelf anders in kikkers zullen veranderen of dat hun neus een clitoris wordt, dat zij in het beloofde land zullen dansen met Ewoks, een soort baardige aapachtigen, en dat ze vooral veel baby’s moeten maken, is het voor mij genoeg. De haastig relativering: ‘wij weten heus wel, dat dit allemaal maar een metafoor is’, verandert daar niets meer aan. Deze ver doorgevoerde persiflage van het door de Mormonen aangehangen geloof waarin de barbaarse gewoonten van een achterlijk volk ook nog even op de hak genomen worden, gaat in zijn tegendeel verkeren en wordt een pijnlijk schouwspel waarin afro-amerikanen als zichzelf én als hun achterlijke voorouders zichzelf belachelijk maken voor een overwegend blank, hoogopgeleid en welgesteld publiek. Een paar duizend man die het in hun broek doen van de pret.
bron: The New York Times, 20 augustus 2014
In de rust van mijn kamer onderzoek ik mijn gemoed. Ik ben duidelijk nog geen wereldburger. The Book of Mormon loopt al jaren in de Verenigde Staten, eerst in het zuiden en nu in New York. Uit recensies blijkt niets van aandacht voor rassenongelijkheid of discriminatie, de enige negatieve uitspraak die ik kan vinden heeft betrekking op een actrice, die nog even moet werken aan haar rol.
Ben ik overgevoelig? Overdreven politiek correct?
Ik zoek naar fragmenten van het stuk, ik hoop op tegenspraak. Gelukkig vind ik ergens een eerste scene, waarschijnlijk door studenten van een toneelschool, https://www.youtube.com/watch?v=Zxw3Yg5luyk. In deze scene zijn vanaf het eerste nummer de rollen van de ouderlingen ook toegewezen aan afro-amerikaanse acteurs. Dat overtuigt mij ervan, dat het mogelijk moet zijn de musical zonder de pijnlijke connotaties die ik ervaar uit te voeren.
Rest de vraag: waarom zie ik dit wel en zien ze het daar niet?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten