dinsdag 26 april 2011
naar Duitsland vluchten
We eten samen en bespreken de hopeloze zaak die politiek heet in deze lage landen en we worden er treurig van..
'Als dit zo doorgaat, moeten we misschien wel vluchten', zeg ik tegen mijn geliefde terwijl we ons toetje oplepelen.
Wat moeten wij aanvangen met die man met die geblondeerde haren? En die andere, die ex-politieman?
Wat moeten wij met die glibberige figuur in z'n nette pak, die met dat misselijke brilletje, die zich in het publiek altijd gedraagt als de ideale schoonzoon en die zich premier noemt? Die man die zijn positie te danken heeft aan een geblondeerde fascist, die om zijn macht te behouden steeds bedenkelijker handeltjes zal moeten drijven, steeds vaker invloed moet afdwingen.
En wat moeten we met die zogenaamde Christen, die kruidenier die, om zijn eigen positie te behouden, zijn moeder nog aan de duivel zou verkopen?
Ik wil geen regering, die het gewoon vindt dat je een hele bevolkingsgroep schoffeert en uitsluit en het leven zuur maakt. Op die mensen heb ik niet gestemd, ze zitten daar niet met mijn instemming en ook niet met mijn gedoogsteun, ik wil ze daar niet, ik vind, dat ze weg moeten.
Ik wil geen regering die alleen maar kan bestaan dankzij de gedoogsteun van uiterst negatieve en bedenkelijke figuren. Een regering waarvan het bestaan afhangt van een 'partij' die georganiseerd is volgens fascistische principes. Een regering die tolereert, dat iedereen die een tegengeluid laat horen, de mond gesnoerd wordt, bedreigd wordt, geschoffeerd wordt.
En wat mij het meest treurig maakt van alles, is het bewijs dat intimidatie en dreiging met geweld het hebben gewonnen van integriteit. Dit in de persoon van Femke Halsema, die publiekelijk deze gebeurtenissen bagatelliseert.
'Misschien kunnen we wel naar Duitsland', zegt mijn geliefde hoopvol.
Abonneren op:
Posts (Atom)