woensdag 17 februari 2010

laatste eer in Twente

Die winterdag, dinsdag 16 februari, begon een beetje grauw, de hemel was licht bewolkt, maar het was nog wel droog. We waren vroeg opgestaan en hadden een snel en licht ontbijt genomen. Toch hadden we geen haast.

Ruim drie kwartier nadat we vertrokken waren, naderden wij de IJssel. Als ik over de brug bij Deventer rijd, probeer ik altijd een glimp op te vangen van die mooie zilveren stroom. Ik houd van die rivier. Ze markeert in mijn beleving altijd een verandering in het weer: schijnt de zon in het Westen, dan tref je na het oversteken van de IJssel bewolking en zelfs regen aan. Omgekeerd gaat het ook op.
Deze dinsdag ving ik alleen een glimp op van een witte vlakte; was de IJssel bevroren?

Al gauw klaarde het weer dus op, die dinsdag 16 februari toen wij de IJssel overstaken. Toen we aankwamen bij de boerderij in Enschede, strooide de zon een lief glanzend licht over het besneeuwde erf. Die verlegen, vriendelijke gulheid ken ik echt alleen van de februarizon.

De boerderij maakte een gesloten en verlaten indruk, maar wij wisten wel beter. Binnen was een doelgerichte bedrijvigheid gaande die zich concentreerde rond de belangrijkste gebeurtenis die dag; de uitvaart van Weija.
Wij vonden in die bedrijvigeid ons eigen taakje, zoals we dat gewend zijn te doen als we daar zijn. Koffie zetten, broodjes smeren, de hond geruststellen, muziek maken, herinneringen uitwisselen.

Om 13.00 uur was het echt tijd, Weija moest aan de reis beginnen en daarvoor werd zij in haar kist gelegd. Wij zouden haar met zijn allen tot het laatste toe gezelschap willen houden, maar omdat dat niet gaat, moesten we nu toch echt afscheid nemen.

Pas toen merkte ik, dat ik al die tijd vooral naar Weija's handen had gekeken; mooie, vrij kleine, slanke handen met goed verzorgde nagels aan een beetje spitse vingers. Elegante handen.
Die handen hadden pas nog zaadjes uit de planten in de tuin geplukt, thee voor mij gemaakt, mijn camera'tje vastgehouden, haar geliefden gestreeld, haar moeder getroost en ook gewoon nog een boterham gemaakt.
Ik neem me voor die mooie lieve handen te onthouden en elke dag aan ze te denken.

Toen het tijd was om te gaan, opende Lot de grote deuren van de boerderij. Het februarilicht viel bescheiden naar binnen, buiten stonden alle buren te wachten om Weija de laatste eer te kunnen bewijzen. Emma speelde piano, de mannen droegen Weija naar buiten, naar de auto. Weija vertrok voor de laatste keer.

Dag lieve Weija



vrijdag 12 februari 2010

ik gedenk

Ik gedenk jouw vriendschap
Ik zag jou voor het laatst op 7 februari. We namen afscheid en het was voorgoed.

Ik gedenk
Voorjaar 2010. Nooit wist ik precies wanneer je jarig was. we waren namelijk allemaal voortdurend jarig in het voorjaar. Jouw verjaardag, waarvan ik niet precies wist welke datum, was jouw laatste verjaardag en dat wisten wij al sinds de voorgaande kerst.
Ik was er niet, op jouw verjaardag.

Ik gedenk
De laatste winternacht van 2009; 31 december in Twente. Het is ijskoud, besneeuwd en duister. We schieten met zijn allen carbid en de schoten weergalmen in de nacht. We hopen op een antwoord uit de verte.
We zien hoe de rest van ons leven aan komt stormen en sommige dingen willen wij niet weten, we sluiten onze ogen ervoor, we kunnen niets ertegen beginnen, we zijn immers niets.

Ik gedenk
Ons etentje in de stad Groningen. Het is rondom kerst 2009 en al onze kinderen en hun aanhang zijn er ook. En jij en Bert. Je eet niet veel, je kijkt rond, luistert, je bent aanwezig. Ik hou meer dan ooit van jou en je vriendschap.

Ik gedenk.
Een januarinacht in 2009. bijna 50 ben ik als de telefoon gaat en ik mij naar een godvergeten plek begeef. Ziekenhuis Almere. Ontoegankelijke plek om 11 uur 's avonds. Mijn vader is hier. Hij is hier nog. Ik ben hier en we zijn nog samen maar eigenlijk is alleen zijn kleine bloedsomloop hier nog. Ik begrijp alles.